
Als grootste stad in het zuiden van Hongarije wordt Pécs gekenmerkt door een
mediterraan aandoende atmosfeer. Bovendien herbergt de stad de opvallendste
Turkse bouwwerken van Hongarije, die in het land verder niet bijzonder
talrijk zijn.
Pécs is een universiteitsstad en heeft mijnbouw (uranium, steenkool),
keramische industrie (de porseleinfabriek Zsolnay), lederwaren- en
voedingsmiddelenindustrie. De streek ten zuiden van de stad produceert wijn.
De kunstenaar Viktor Vasarely werd in Pécs geboren.
Middelpunt van de stad is het aflopende Széchenyi-plein rond de voormalige
moskee, het grootste Turkse bouwwerk in Hongarije. Aan de rand van de
binnenstad bevindt zich een kleinere moskee met een twaalfkante minaret. De
Turken lieten elders in de stad nog een grafkapel en een fontein na en,
minder zichtbaar, een stelsel van waterbuizen.
Pécs bestond al in de Romeinse tijd, toen zich hier
de nederzetting Sopianae bevond op een eerder door Keltische stammen
bewoonde plaats.
Na de komst van de Hongaren in de 10e eeuw, stichtte koning Stefanus de
Heilige hier in 1009 een bisdom. De stad stond destijds in het Latijn bekend
als Quinque Ecclesiae, naar de vroegchristelijke kerken die hier al stonden,
en waarvan de traditionele Duitse naam Fünfkirchen is afgeleid. De opvolger
van Pécs’ eerste bisschop legde de basis van de nog steeds bestaande
kathedraal. Bij opgravingen onder het Domplein - waarmee men nog steeds
bezig is - stootten de onderzoekers op vijf vroeg-christelijke bidkapellen.
Misschien is er een verband met de vermelde oorkonden. Uit opgravingen bleek
dat dit deel van Hongarije een zeer oud cultureelgebied is. Na de invloed
van de Romeinse cultuur, kwam de Romeins-vroeg-christelijke beschaving, uit
de eerste eeuwen van onze jaartelling, waarvan in de laatste decennia steeds
meer duidelijke sporen zijn blootgelegd.
Pécs beleefde zijn bloeitijd in de 14e en 15e eeuw. In 1367 kreeg Pécs als
vijfde stad in Europa een universiteit, gesticht door koning Lodewijk de
Grote. De stad werd een centrum van het humanisme en kreeg in 1440 als
eerste stad in Hongarije een openbare bibliotheek. Van 1543 tot 1686 maakten
de Turken in Pécs de dienst uit. Zij lieten de stad onder meer een
prominente moskee na.
Na de verdrijving van de Turken werd het ontvolkte Pécs voor een groot deel
bevolkt door Servische en Duitse nieuwkomers en ontstond een barokstad op de
puinhopen. Keizerin Maria-Theresia gaf Pécs in 1780 de rang van Vrije
Koninklijke Stad. In de 19e eeuw kwam de industrie op gang
(steenkoolwinning, porseleinfabriek Zsolnay) en kreeg Pécs een
spoorwegverbinding met Boedapest. Aan het eind van de 19e eeuw was de
bevolking weer overwegend Hongaars.
* Het Széchenyi-plein met de voormalige moskee van
pascha Kassim Gasi.
* De domkerk, waarvan de oudste elementen uit de 11e eeuw dateren en waarvan
de 4 even hoge hoektorens het meest in het oog springen. De Dom is 70 m lang
en 27 m breed met vier precies gelijke, 60 m hoge klokketorens. Het is een
van de twee voornaamste kerken in romaanse stijl in Hongarije.
* Pécs heeft veel musea, gewijd aan Viktor Vasarely, aan de Zsolnay-fabriek,
aan de Turkse tijd en aan de geschiedenis van de stad en van Hongarije.
Voor meer foto's van Pécs klik hier!
bron: www.reisgraag.nl